Laurens ten Kate en zijn benoeming tot bijzonder hoogleraar

Beeld: Corbino

Beeld: Corbino

De poster hangt overal door de UvH heen: woensdag 11 mei om 16.15 uur houdt Laurens ten Kate zijn inaugurele rede ‘De vreemde vrijheid: Op zoek naar nieuwe betekenissen van vrijzinnigheid en humanisme in de 21ste eeuw’. Deze rede houdt hij naar aanleiding van zijn benoeming tot bijzonder hoogleraar ‘Vrijzinnige religiositeit en humanisme’ op onze eigen UvH. Tot zover niks nieuws, maar wat is nou eigenlijk het verschil tussen hoogleraar en bijzonder hoogleraar, wat betekent deze benoeming voor Laurens en nog belangrijker: wie is Laurens ten Kate eigenlijk?

Interview door Daniëlle Drenth

Op de dag van het interview is het stralend weer. Met een colaatje in de hand zitten Laurens en ik op een bankje in onze geliefde UvH-tuin. Op mijn lijstje staan vier vragen en dit keer ben ik wel van plan om ze daadwerkelijk allemaal te stellen. Ik begin direct met de eerste vraag: Wat betekent de benoeming tot bijzonder hoogleraar ‘Vrijzinnige religiositeit en humanisme’ voor jou persoonlijk? Laurens vertelt dat het voor hem een eer en een teken van erkenning is om benoemd te worden tot bijzonder hoogleraar. Het onderwerp van zijn benoeming, de spanning tussen humanisme en religie, is een onderwerp waar hij zich eigenlijk zijn hele leven al mee bezighoudt. Op de UvH geeft hij hier colleges over, maar het onderwerp heeft ook alles te maken met Laurens als persoon. Hij legt uit dat hij de zoon is van een protestantse predikant. In zijn jeugd vertoont hij weerstand tegen wat hij noemt ‘de religieuze instituten die deze maatschappij nog steeds beïnvloeden’. Hij wil experimenteren, grenzen verleggen en zijn creativiteit uiten. ‘Langzamerhand kwam ik erachter dat die hele erfenis van de religie niet alleen maar die creativiteit tegenwerkt, maar die creativiteit eigenlijk een ontzettend interessante draai geeft. Bijvoorbeeld in rituelen of in kunst. Zo ontdekte ik dat dat spanningsveld tussen religie en humanisme, je zou kunnen zeggen het spanningsveld tussen de wereld van de mens en iets wat aan die mens ontsnapt, wat de mens maar niet in zijn controle of in zijn greep kan krijgen… Dat dat spanningsveld gewoon heel bepalend is geweest, en nog steeds is, voor onze cultuur en ook voor mijzelf in mijn leven. Je wilt atheïst worden en het lukt maar niet. Dat is interessant: blijkbaar ben ik religieus én humanist en gaat het dus om die verstrengeling. Religie is niet alleen maar een systeem dat het dilemma probeert op te lossen, maar is juist een geheel van voorstellingen, rituelen, beelden, verhalen, dat het dilemma intensiveert, in al zijn ingewikkeldheid laat staan en daar vertalingen, formuleringen, vormgevingen voor zoekt.’

“Op jullie leeftijd had ik ontzettend veel studieclubjes, daar leefde ik van.”

Voordat ik er erg in heb zit ik midden in het onderwerp van Laurens’ rede. Ik wilde het eigenlijk helemaal niet over de inhoud hebben, maar hij is er persoonlijk zo mee verbonden dat het onderscheid tussen persoonlijke en inhoudelijke antwoorden moeilijk te sturen is. Gelukkig komt hij uit zichzelf terug op mijn vraag. Hij beschrijft dat het een droom is dat deze vacature er kwam, aangezien het onderwerp precies datgene is waar hij zich altijd al mee bezighield, en het een leerstoel is op de UvH, een fijne plek waar hij al werkt. ‘Ik dacht, ik word het nooit.’ Ik grijp mijn kans en stel bewust een concrete, persoonlijke vraag: Wat heb je gedaan toen je het hoorde? ‘Toen ben ik naar huis gegaan, in de armen van mij vrouw gevallen en hebben we het gevierd. Ik heb een paar mensen gebeld die me ook heel erg hadden ondersteund in die sollicitatieprocedure, die met me mee hadden gedacht. We hebben gewoon thuis gegeten, maar we hebben er wel een glaasje op gedronken.’

“Toen ben ik naar huis gegaan, in de armen van mij vrouw gevallen en hebben we het gevierd.”

Tevreden over het feit dat het antwoord geëindigd is met een persoonlijke noot, stel ik de volgende vraag: ‘Verandert deze benoeming iets aan je werkzaamheden op de UvH?’ Laurens geeft aan dat het iets toevoegt, namelijk het werk dat hij doet voor de Stichting Stimulering Vrijzinnig Gedachtengoed, waardoor hij is aangesteld als bijzonder hoogleraar. Hij behandelt daarvoor de thematiek ‘wat is vrijzinnigheid in relatie met humanisme in deze tijd?’ Dat thema sluit overigens aan bij het onderzoek dat hij al jaren doet. Het gaat over het zoeken naar zin en het creëren ervan in een tijd waarin dit niet vanzelfsprekend gegeven wordt. ‘Mijn leerstoel bestaat voornamelijk uit onderzoek doen en daarnaast in de maatschappij de vraag ‘wat is eigenlijk vrijzinnige religiositeit’ bespreken in lezingen en debatten, teksten in de krant et cetera. Dus aan de ene kant ben je onderzoeker en aan de andere kant ben je ambassadeur van de stichting die deze leerstoel mogelijk heeft gemaakt, de stichting Stimulering Vrijzinnig Gedachtengoed. Daarnaast heb ik natuurlijk gewoon mijn normale baan op de UvH. Dit is maar anderhalve dag, drie en een halve dag ben ik universitair hoofddocent, doe ik mijn andere onderzoek en geef ik dus les aan jullie.’ Verder vertelt Laurens dat je als bijzonder hoogleraar meer rechten hebt. Het is makkelijker om subsidie aan te vragen en je kunt promovendi begeleiden. Bescheiden zegt Laurens: ‘Het is een iets hogere positie, maar dat maakt niet zo heel veel uit.’ Hij vindt het voornamelijk belangrijk dat hij vrijer is. Als gewoon hoogleraar heb je allerlei belangrijke, bestuurlijke taken, je draagt verantwoordelijkheid voor de UvH als instituut. Als bijzonder hoogleraar ben je vrij van dit soort taken, waardoor je meer inhoudelijk kunt werken. Voor ik er erg in heb vertelt Laurens enthousiast over wanneer vrijzinnige groeperingen ontstaan, dat ze ondogmatisch en zin zoekend zijn en dat ze aandacht hebben voor verbeelding, creativiteit en zingeving vanuit een wereld die ze zelf maken en waar ze ook zelf in opgaan. Het voor masterstudenten bekende begrip social imaginaries wordt uitgelegd: ‘Die geschapen wereld van zin, bijvoorbeeld een facebookpagina, die wereld doet ook iets met ons. Het is die wisselwerking die mij al mijn hele leven interesseert. Dat is iets waar ik echt totaal door gebiologeerd ben, hoe dat kan. Het betekent eigenlijk hetzelfde als waar we het in het begin over hadden: de mens is in charge, zwaait de scepter in de wereld en toch ontsnapt die wereld hem de hele tijd. Immanentie en transcendentie. Dat zijn allemaal hele mooie filosofische termen, maar die betekenen persoonlijk heel veel voor mij. Daar wordt het leven de moeite waard door, door die gekke dingen.’

Laurens ten Kate in de UvH

Beeld: Kirsten den Boef

Verwonderd luister ik naar Laurens zijn verhaal. Zijn werk is meer zijn levenswerk te noemen denk ik: datgene waar hij zijn geld mee verdient is datgene waar hij zich ook privé mee bezig houdt, het is zijn passie. ‘Sta je daar wel eens bij stil, hoeveel geluk je daarmee hebt?’, vraag ik Laurens. ‘Ja, de meeste mensen die ik ken die hebben een baan, dat is gewoon een baan, die doe je en dat is leuker of minder leuk, maar daarnaast heb je nog een ander leven. Bij mij loopt dat dwars door elkaar heen.’ Hij vertelt me dat hij al heel vroeg had bedacht dat hij dit wilde. ‘Ik vond wetenschap altijd heel leuk, ik had altijd ontzettend veel plezier in schrijven, lezen, discussiëren, studeren met mensen. Op jullie leeftijd had ik ontzettend veel studieclubjes altijd, daar leefde ik van. ’s Nachts dan ging ik stappen en ’s ochtends sliep ik uit. ’s Middags en ’s avonds was het gewoon boeken, discussiëren, naar interessante lezingen gaan en ook heel veel leesgroepjes. Dat deden we allemaal zelf, daar kregen we niet voor betaald, dat had nog niks met een baan te maken. Dat had te maken met je vormen, gretigheid, heel weinig geld hebben en gewoon dingen doen die je heel graag wil doen. Dus niet onmiddellijk kiezen voor een carrière, een huis, een huwelijk en een kind. Je moet dan wel heel lang wachten, ik heb op veel universiteiten gewerkt, promotieplek gekregen, die houdt dan weer op en dan heb je een postdoc en nog een postdoc en nog een postdoc. Ik heb overal gezeten: in Amsterdam, Tilburg, Nijmegen, Kampen, twee jaar hier, één jaar daar. Het is een hele lange weg om uiteindelijk een vaste plek te vinden. Die heb ik pas gevonden toen ik rond de veertig was en ik mijn eerste kind kreeg, toen kreeg ik ook deze baan aan de Universiteit voor Humanistiek. Dus als je van je leven je werk wil maken, moet je lang wachten, dan moet je geduld hebben.’ Nu ben ik nog meer verwonderd, wat een inspirerend verhaal. Ik kijk Laurens glazig aan, want het klinkt bijna als een sprookje waarin uiteindelijk alles goed komt. Laurens geeft vervolgens toe dat het ook geluk is, dat heel veel mensen die dit willen halverwege stranden. Én dat het ook moeilijk kan zijn. ‘De andere kant van de zaak is dat je werk ook altijd aanwezig is en dat het soms ongelofelijk druk is, maar ook in je hoofd druk. Het is ontzettend moeilijk om te zeggen, oké, ik werk vandaag niet of ik ga straks naar huis en ’s avonds zit ik in een heel andere mindset. Dan ben ik met mijn kinderen of kijk ik South Park of een ander dom programma op tv, of een voetbalwedstrijd en dan gaat morgenochtend de wekker en dan ga ik weer met mijn werk bezig. No way! Dat werkt niet.’ Laurens vertelt me dat filosofie gaat over de fundamentele vragen die in alledaags contact altijd terugkomen en dat hij daar moeilijk van loskomt. ‘Je kunt heel makkelijk overspannen raken ervan. Doordat het werk er te veel en te vaak is; en je kunt ook vervreemden van je omgeving, omdat je altijd met je werk bezig bent. Waardoor mensen zeggen: wanneer ben je nou eens een keer niet filosoof? Het is iets moois, maar het is ook iets gevaarlijks.’ Terwijl ik luister naar de keerzijden van het vervlochten raken van werk en passie, gaan mijn gedachten uit naar de vrouw en kinderen van Laurens: hoe gaan zij ermee om als het op een gegeven moment alleen nog maar gaat over filosofie? Laurens vertelt me dat zijn vrouw cultureel antropoloog is, universitaire beleidsbanen heeft gehad en meer literair schrijft. Ze hebben beiden interesse in filosofie, muziek en kunst, maar Laurens heeft er zijn werk van gemaakt en zijn vrouw niet. ‘Dat leidt wel eens tot spanningen ja. Het is ook belangrijk om af en toe de filosofische plaat in je hoofd uit te zetten en dat is niet altijd even makkelijk.’ Laurens vertelt me dat er wel zaken zijn waar hij helemaal in op kan gaan zonder over zijn filosofie na te denken, zoals muziek en literatuur. Hij vertelt me ook dat hij lang heeft gebridged met zijn jongere broer. ‘Lange tijd, tot ongeveer mijn twee-, drieëndertigste, hebben we vrij intensief gebridged. Dat was ook een soort andere wereld, waarin je even niet met het denken, analyses en de wetenschap bezig bent. Een toernooi spelen of een wedstrijd spelen tegen tegenstanders, studeren op het spel. Bridgen is heel complex, dus je moet heel veel studeren, heel veel oefenen met je partner. Onwijs leuk. Dus als studenten mij een keer uitdagen om voor een tariefje te bridgen, dan moeten ze oppassen, want dan gaan ze een hoop geld verliezen.’

“Als je van je leven je werk wilt maken, moet je geduld hebben”

‘Nu heb je toch al heel wat over mijn persoonlijk leven!’, merkt Laurens lachend op. Ik moet ook lachen en denk bij mezelf: het is zo leuk om je docent als mens te leren kennen. Wie had gedacht dat Laurens intensief zou bridgen? Ik hoop dat iemand die dit leest goed kan bridgen, Laurens uitdaagt en mij hierover mailt: ik wil hier maar al te graag toeschouwer van zijn! Ik kijk op mijn lijstje en besef dat ik eigenlijk nog maar twee vragen heb gesteld van de vier, terwijl ik Laurens al langer dan een half uur aan het interviewen ben. Gelukkig zitten we in de zon met een colaatje, waardoor het meer voelt als een leuk gesprek dan een formeel interview. Ik stel hem mijn derde vraag: ben je zenuwachtig voor je inaugurele rede? Laurens antwoord binnen een seconde: ‘Ja. Ik heb hem helemaal afgeschreven. Daar wordt een prachtig boekje van gemaakt nu.’ Tussen neus en lippen door vertelt Laurens mij over zijn carrière bij drukkerij Boom in Amsterdam, waar hij vijftien jaar heeft gewerkt. Wat kan een mens in zijn leven allemaal ‘even’ doen, denk ik bij mezelf. Door een connectie van toen, wordt zijn rede mooi tot een boekje gemaakt. ‘Eigenlijk is alles kat in het bakkie. Ik heb dat boekje, ik lees het voor en klaar.’ Toch is hij zenuwachtig: ‘Het is toch één van je levenswerkjes. Een cruciaal moment van je leven markeert die tekst. Het is een tekst die heel veel voor me betekent door het speciale moment van het hoogleraar worden, maar ook omdat de tekst gaat over de dingen waar we het net over hadden. De tekst gaat over vrijheid en scheppen, maar het is een vreemde, onvrije vrijheid. Dus het is weer: ik ben mijn verhaal! Dat vind ik heel spannend, of het me lukt. Ik zou er moeilijk afstand van kunnen nemen, ik zal emoties moeten onderdrukken. En natuurlijk de laatste vijf minuten bedank je mensen… ja, dan gaat het natuurlijk altijd mis. Dan schiet je altijd vol. Ik ben rete-zenuwachtig, ja. Ik zie er tegenop en ik zie ernaar uit. Dus ik hoop dat jullie mij zullen steunen.’

Laurens ten Kate in de UvH

Beeld: Kirsten den Boef

Weer moet ik lachen. Het geeft me een warm gevoel dat hij het echt fijn zou vinden als er studenten aanwezig zijn, het motiveert me extra om zelf te gaan. Ook ben ik stiekem blij dat hij zenuwachtig is. Het is een teken dat zelfs mensen die zich al behoorlijk bewezen hebben, nog steeds zenuwachtig zijn. Ik krijg alleen maar meer zin om naar de rede te gaan, omdat ik benieuwd ben naar de emoties die hij zal tonen. Met hem raak ik zenuwachtig of hij het volhoudt tot de bedankjes. Ten slotte vraag ik hem naar zijn toekomstdromen als bijzonder hoogleraar. Hij antwoord meteen met dat de benoeming al een droom op zich is. Vervolgens vertelt hij: ‘Ik wil in de toekomst de nieuwe betekenis van vrijzinnigheid en humanisme steeds verder brengen. Ik hoop een aantal mooie boeken te schrijven, zowel in het Nederlands als in het Engels, die hierover gaan en die impact zullen hebben. Die mensen gaan lezen, bekritiseren, waarover discussie ontstaat. Als wetenschapper schrijf je heel veel voor tijdschriften, vaak voor maar enkele tientallen specialisten of vakgenoten en ik heb soms wel het gevoel van, ja, het is allemaal zo klein en een beetje elitair. Om eens een aantal boeken te schrijven die wat meer teweeg brengen, zou voor mij echt een toekomstdroom zijn.’ Vervolgens vertelt Laurens dat de verschillende vrijzinnige groeperingen heel sterk hun eigen clubjes hebben. ‘Eén van mijn missies is om die groeperingen wat meer op de kaart en bij elkaar te brengen. Bijvoorbeeld in een soort expertisecentrum voor vrijzinnig humanisme waar we dingen communiceren, wetenschappelijke bijeenkomsten hebben, maar ook concrete events, diner pensant bijvoorbeeld, met een leuke spreker. Voor een tientje met studenten en ouderen ergens eten en iets met elkaar uitpluizen. Dingen op televisie, kunstprojecten… dat hoop ik heel erg: dat ik een meer omvattende praktijk opzet, zodat ik die clubs wat meer op elkaar betrek. Vrijzinnigheid, literatuur en kunst zijn altijd samengegaan; ik richt me dus ook op die verbinding.’ Laurens vertelt vervolgens enthousiast over een nu lopende expositie in de Ketelfactory in Schiedam, getiteld: ‘Van de Wereld’, waar hij aan heeft meegewerkt door de teksten te schrijven. Deze man is zo gedreven. Hij doet zoveel, maar het valt allemaal onder één paraplu: de spanning tussen religie en humanisme, immanentie en transcendentie. De cola is op en de zon zakt achter een gebouw. Na een uur kletsen is het tijd om naar huis te gaan. Geïnspireerd stap ik op mijn fiets: zal ik ooit zo’n passie vinden? Ben ik dapper genoeg om me te storten op wat ik leuk vind zonder de zekerheid van een baan te hebben? Je moet het maar kunnen, Laurens kan dat.

Dit artikel verscheen in Zindroom ‘Zomerhitte’ (2015-2016 no. 4)

Categorieën: interview