Op reis met Caroline

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Foto: Django Roberts

We kennen Caroline Suransky als een docent die zich, binnen welk vak dan ook, bezig houdt met globalisering en daarmee ons kritisch laat kijken naar onszelf. Ook heeft ze veertien jaar de, nu helaas beëindigde, ‘International summerschool for pluralism, development and social change’ georganiseerd en maakte ze deel uit van de onlangs opgeheven werkgroep internationalisering op de UvH. Kort geleden besloot het CvB dat de UvH opnieuw zal deelnemen aan een internationaal bachelor uitwisselingsprogramma in Zuid Afrika. Ik ging met Caroline in gesprek over het belang van internationalisering op de UvH en in haar eigen leven.

Door: Daniëlle Drenth

Een paar dagen voordat het interview gepland staat, krijg ik van Caroline te horen dat ze vastzit bij haar jongste stiefzoon Sasha in Londen vanwege de sneeuwval in Nederland. Uiteindelijk komt ze thuis op de dag van het interview. Aangezien ze blij is om eindelijk thuis te zijn, vraagt ze me of ik haar in haar huis wil interviewen. Met een glimlach op mijn gezicht zeg ik: ‘ja’, het thema van deze Zindroom heeft ten slotte alles met thuis te maken. Eenmaal in haar huis komen alle internationale invloeden me tegemoet: beelden, schilderijen en planten van over de hele wereld geven het huis sfeer. Onder het genot van een kopje thee en wat marsepein beginnen we op de bank het interview.

‘Voor mij is thuis waar mijn vrienden en familie zijn.’

Ik vraag haar allereerst of ze me meer kan vertellen over het bachelor uitwisselingsprogramma dat dit jaar plaatsvindt. ‘Ik vind het een heel interessant programma. Het is geïnitieerd door de University of the Free State in Bloemfontein, Zuid Afrika, waar nog steeds de erfenis van apartheid bijzonder merkbaar is op de campus en waarvan enorm veel studenten die daar studeren nog nooit in het buitenland geweest zijn. Met die studenten in hun achterhoofd zijn ze in 2012 met een programma begonnen waarin ze getalenteerde bachelor studenten in staat wilden stellen om kort te proeven aan een heel ander academisch leven in een heel ander land. In dat programma gaan studenten ongeveer een dag of tien naar allerlei buitenlandse campussen. De meeste deelnemende universiteiten zijn in de Verenigde Staten, maar ook in Europa, in België en Nederland, en in Japan en Thailand. Er is al twee keer een groep Zuid Afrikanen naar het buitenland gegaan, ook naar de UvH. Het jaar daarop is het dan de bedoeling dat alle deelnemende universiteiten twee weken, en het is nu verkort naar één week, naar Zuid Afrika komen om daar een intensief programma te volgen. Om met elkaar in gesprek te gaan over thema’s rondom hoger onderwijs, maar ook rondom kwesties in de samenleving. UvH-studenten zijn daar ook al twee keer geweest en het programma is door een nieuwe rector in Zuid-Afrika recent weer hervat. We moesten eerst even zien of onze deelname paste in het nieuwe internationaliseringsbeleid. De UvH heeft namelijk besloten om het accent te leggen op internationalisation at home. Wat dat precies betekent, daar moeten we nog verder van gedachten over wisselen en verder vorm aan gaan geven. Ik ben blij dat het CvB besloten heeft om toch door te gaan met dit project. Binnenkort begin ik met de werving van drie bachelor studenten en nog één docent die in juli meekunnen naar Zuid-Afrika en daar mogen deelnemen aan dialooggroepen, excursies en colleges. Het thema is deze keer vooral gericht op sociale rechtvaardigheid en in Zuid Afrika is dat een heel boeiende vraag. Zoveel jaren nadat de apartheid is afgeschaft is er voor veel mensen jammer genoeg nog weinig veranderd als het gaat om armoede en werk.’

‘Je krijgt een heel andere kijk op een zinvol leven in een humane samenleving door mee te doen aan een uitwisselingsprogramma.’

Terwijl ik naar Caroline luister, word ik enthousiast. Ik ben al meerdere keren op uitwisseling geweest, maar bij het horen van dit programma wil ik weer mee. Ik heb ooit de mogelijkheid gekregen om mee te gaan naar de boven genoemde summer school in India. Het was mijn eerste keer buiten Europa en voor mij was het, zonder te overdrijven, een transformerende ervaring. Maar waarom vindt zij uitwisselingmogelijkheden voor UvH-studenten zo belangrijk, vraag ik haar: ‘Omdat ik denk dat je een heel andere kijk krijgt op een zinvol leven in een humane samenleving door mee te doen aan een uitwisselingsprogramma. Dat je daardoor aan den lijve ondervindt dat zinvolheid, menswaardigheid en humaniteit in verschillende contexten iets heel anders kan betekenen. Ik vind het in een tijd van mondialisering heel belangrijk dat studenten die bewust voor humanistiek kiezen en daarmee bewust voor een normatieve insteek, een breed wereldbeeld hebben, zodat ze meer kennis en inzicht hebben in de complexiteit van de wereld.’

Ze benoemt er kritisch bij dat ze niet zou willen dat de enige manier om met diversiteit in aanraking te komen door uitwisseling naar een ander land is, maar dat ze het wel belangrijk vindt dat de mogelijkheid er is: ‘Wanneer je in het buitenland in een andere cultuur bent, kijk je op een andere manier naar je eigen vanzelfsprekendheden. Ik vind het ook goed om dat in het kader van je studie te doen. Zoals we nu naar Zuid-Afrika gaan, waarbij je dus echt in een programma komt met studenten die daar wonen, je deelt een kamer met een student van daar, dat is toch een veel intensievere ontmoeting dan je normaal gesproken op vakantie hebt.’

‘We moeten proberen om een leeromgeving te maken waarin verschillen tot uiting kunnen komen.’

Caroline vertelt me veel over haar uitwisselingservaringen en het belang ervan. Ik merk dat ze met een warm gevoel terugblikt op alle veertien jaren summer school en het jammer vindt dat het gestopt is. Ik vraag haar daarom hoe zij internationalisering zou organiseren op de UvH als ze de vrije hand had: ‘Als de UvH zich vooral wil richten op internationalisation at home,  dan denk ik dat home een beetje anders ingericht zou kunnen worden. Dat er meer uitwisselingsstudenten deel zouden kunnen nemen aan het onderwijs. Dat zou betekenen dat er vanuit de UvH veel meer samenwerkingscontracten getekend moeten gaan worden, zowel in het kader van het Erasmus+ programma, maar ook misschien daarbuiten. Ik vind dat we moeten proberen om een leeromgeving te maken waarin verschillen tot uiting kunnen komen. Daarom ben ik ook zo blij dat er InclUUsion-studenten hier studeren, allereerst omdat het hen nieuwe kansen biedt, maar ook omdat zij een wereld openen die voor veel UvH-studenten onbekend is. Meer diversiteit zou voor iedereen verrijkend kunnen zijn. Ik denk dat de huidige mate van homogeniteit remmend werkt op creatieve vermogens, intellectuele uitwisseling, alles. Ik vind het naar dat de diversiteit in Nederland en zeker in de grote steden, eigenlijk helemaal ondervertegenwoordigd is op de UvH. Zeker ook gezien de humanistische waarde van inclusie en pluralisme. Ik zou graag veel meer moeite willen doen om bekend te maken wie wij zijn en wat wij doen, ook bij andere, misschien minder voor de hand liggende groepen. Maar het gaat me ook om wat er gedoceerd wordt op de UvH, zeg maar meer kleur in de inhoudelijke programma’s: hoe zijn die gepositioneerd in een veranderende wereld? Wat wordt er gelezen? Waarover wordt gediscussieerd? Er wordt op de UvH natuurlijk een grondige basis gelegd in de filosofie, sociale theorie, zingevingstheorieën enzovoorts, maar hoe kunnen we dat meer verbinden met de internationale actualiteit?’

Knikkend zit ik naar Caroline te luisteren. Ik zou willen dat ze daadwerkelijk de vrije hand had, want diversiteit houdt je kritisch en bescheiden ten opzichte van je eigen standpunt. Net wanneer ik denk dat ze haar punt goed heeft gemaakt, zegt ze iets dat naar mijn mening precies in de roos is: ‘De UvH moet geen schuilplaats zijn waarin alleen abstracte idealen doordacht worden. Soms is het goed om te kunnen schuilen om na te denken. Er zijn mensen die daarin floreren en ook die kunnen zeker wat inbrengen, maar ik vind het niet goed als dat schuilen een soort schijnveiligheid biedt. Wat mij betreft mogen we veel meer naar buiten en veel meer de confrontatie aangaan met de grote vraagstukken van onze tijd. Voor mij zijn dat klimaatverandering en migratie. Ik vind het goed dat de UvH zich sterk op de Nederlandse zorgsector richt, maar er zijn daarnaast ook andere velden die onze aandacht verdienen als het om een zinvol leven in een humane samenleving gaat. Daarover zouden we veel meer kunnen leren, niet alleen met ons hoofd, maar ook met ons hart.’

We zijn al een uur aan het praten. Ik weet veel over wat Caroline academisch gezien zou willen, maar eigenlijk nog amper iets persoonlijks over haarzelf. Ik vraag me al langere tijd af hoe het komt dat ze zo geïnteresseerd is in de culturele ander. Ik zeg daarom tegen haar dat ik wil gaan schakelen naar haar eigen leven. Ze lacht, maar geeft wel antwoord op mijn vraag: hoe speelt internationalisering een rol in je eigen leven? ‘Dat speelt een centrale rol in mijn leven. Toen ik opgroeide had ik dat eigenlijk niet verwacht. Ik ben opgegroeid in Eindhoven met mijn moeder en mijn zusje in een flat. Twee hoog, moeder in de bijstand, een heel ander soort leven. Op een gegeven moment begon het wel te trekken, ik wilde iets anders. Mijn eerste reis echt naar buiten was een zomerschool aan de University of Alberta in Edmonton, Canada. Ik was wel eerder gewoon op vakantie geweest, maar dit was mijn eerste internationale studie-ervaring.’ Ik vraag haar waar het zaadje is gepland: waarom wilde ze gaan reizen? ‘Ik denk nieuwsgierigheid naar hoe het ergens anders is. Ik heb altijd het nieuws gevolgd. Toen ik elf was toen las ik al iedere dag de krant, ik was daar altijd mee bezig. Ik denk dat mijn nieuwsgierigheid op de basisschool begonnen is. Ik zat op een school waar je je eigen leercontract maakte. Je moest zelf aangeven wat je allemaal ging doen en dan moest je dat vastleggen in een week- of maandcontract. Voor sommige kinderen was dat helemaal niet geschikt, maar voor mij was het uitermate geschikt, want ik ging daardoor juist veel meer doen. Je had in die tijd een blad, dat is nu een rubbish blad volgens mij, de Panorama, maar die had in de jaren zestig hele interessante, ongewone cartoons. Mijn docent scheurde ze iedere week uit, dus er lag altijd een hele stapel met die ongewone, intrigerende tekeningen over van alles in de samenleving. Je kon ervoor kiezen om zo’n tekening te pakken en er een verhaal bij te maken. Dat was altijd één van de dingen die mij zeer intrigeerde. Het ging altijd over hele ongewone situaties, ook in verre landen, en dan kon je nieuwe mogelijkheden creëren, andere perspectieven innemen.’

‘De UvH moet geen schuilplaats zijn.’

Ik vraag Caroline vervolgens naar haar middelbare school periode, maar hier is ze duidelijk over: ‘Daarna zat ik op een traditionele middelbare school, ik vond er niks aan.’ We lachen en we praten gauw verder over de universitaire periode uit haar leven: ‘Ik had havo gedaan en daarna de Pedagogische Academie, maar ik heb nooit voor de klas gestaan. Ik ben meteen wijsgerige pedagogiek gaan studeren hier in Utrecht. Vanuit die interesse ben ik eerst naar Canada en daarna naar Amerika vertrokken.’

Ik blik met haar terug op de zomerschool in Canada, haar eerste buitenlandervaring buiten Europa. Ik vraag haar hoe dat voor haar was. ‘Ik vond dat geweldig. De wereld ging open, dat vond ik heel interessant. Dat smaakte naar meer. Me bevinden in zo’n andere context maakte dat, dat was natuurlijk hetzelfde als vroeger met die cartoons, mijn verbeelding werd aangesproken. Dus dat je… je kunt gaan voorstellen dat er allerlei scenario’s mogelijk zijn. Wat mij bijzonder aansprak was het idee dat je ook actor bent in je eigen leven. Dat je tot op zekere hoogte zelf invulling kan geven aan je leven en keuzes kunt maken die je leven interessant maken, dat wilde ik graag. Toen kreeg ik een half jaar later de kans om acht maanden naar de University of Michigan in Amerika te gaan, dat heb ik meteen gedaan. Maar het was wel ingewikkeld in die zin dat ik een scholarship had van de University of Michigan, maar die dekte alleen mijn collegegelden en verder niks. Ik heb toen van alles gedaan: oppassen, schoonmaken, twintig uur werken en twintig uur studeren. Daar in Amerika heb ik mijn Zuid-Afrikaanse echtgenoot leren kennen. We hebben eerst vier jaar samen in Amerika gewoond en zijn in 1988 naar Zuid-Afrika verhuisd toen hij zijn Zuid-Afrikaanse nationaliteit weer terugkreeg. Tijdens de apartheid moest hij het land uit en is gaan promoveren in Amerika. Toen apartheid eind tachtiger jaren langzaam werd ontmanteld, kreeg hij een baan aangeboden op de Universiteit van Durban Westville om politieke wetenschappen te doceren. We hebben daar toen lang over gepraat en we besloten: laten we de sprong maar wagen. Zo ben ik in Zuid-Afrika terecht gekomen. Daar heb ik tien jaar gewoond. Dat was heel boeiend, want het was de laatste vijf jaar van apartheid en de eerste vijf jaar na apartheid nadat Mandela president werd. Ik doceerde op een zwarte campus en daar gebeurde natuurlijk van alles. Universiteiten zijn vaak voorlopers van sociale veranderingen en sociaal protest en dat was daar zeker iedere dag aan de hand. Het was een heel ander leven dan hier. Ik bedoel, er overleed iedere dag wel een student of aan Aids of aan geweld. Het was een zeer, zeer ingewikkelde tijd voor Zuid-Afrika en zeker in de regio KwaZulu-Natal waar ik zat, was er heel veel geweld. Ik heb ook veel geweld gezien. Ik kwam in de townships in scholen, ik werkte in de Education Faculty en ik deed onder andere stagebegeleiding.’

‘Toen ik elf was toen las ik al iedere dag de krant.’

Ik vraag Caroline vervolgens of ze, ondanks alle heftige momenten, Zuid-Afrika een fijn thuis vond: ‘Ja, mijn kinderen Sarafina en Sonya zijn er geboren. Ik ga ieder jaar terug. Wij hebben het over thuis. Kijk, voor mij is thuis niet één plek. Omdat we familie overal hebben, is voor mij thuis, ja, dat klinkt bijna clichématig, maar dat is echt waar mijn vrienden en familie zijn. Dat is eigenlijk heel raar. Eigenlijk ben je nergens meer thuis zoals het vroeger thuis was, maar je bent ook op heel veel plekken thuis. Er zijn ook heel veel mooie vriendschappen ontstaan in die context, dus in die zin vind ik echt dat er heel veel manieren zijn om je thuis te voelen. Maar zoals nu heb ik dus drie dagen vastgezeten in Londen en dan denk ik nu wel: oh heerlijk, mijn eigen huisje!’

Ze vertelt me dat ze een stiefzoon in New York, een stiefzoon in Londen, een dochter in Kaapstad, een dochter in Utrecht en een ex-man in Zuid-Afrika heeft wonen. Ze lijkt er vrij gelaten over en ik vraag haar daarom of ze het niet soms heel lastig vindt dat iedereen verspreid woont. Ze antwoordt beamend: ‘Ja, zeker vind ik dat soms heel lastig. We proberen elkaar zeker eens per jaar allemaal te zien en als het even kan twee keer. Ik moet zeggen, in de tijd toen ik zelf emigreerde naar Amerika… toen stuurde je een brief en die deed er een week over. Bellen was toen vijf gulden per uur, dat was niet te betalen. Dus in die zin is er veel veranderd. Ik weet soms beter wat mijn dochter in Kaapstad gegeten heeft voor ontbijt dan mijn dochter in Utrecht. Wij spreken elkaar een paar keer in de week, dus we zijn een hele hechte familie. Maar soms, zeker als er belangrijke dingen aan de hand zijn, dan wil je natuurlijk het liefst bij iemand zijn.’

Ten slotte vraag ik haar naar plekken op de wereld waar, als ze moest kiezen, ze zich het meeste thuis voelt. Ze noemt verschillende plaatsen waaronder Kaapstad en New York, maar benoemt ook iets anders: ze staat graag op een top van een berg. Waarom, vraag ik me af. Haar antwoord verrast me: ‘Ja, het heeft misschien weer te maken met perspectiefwisseling. Ik vind perspectiefwisselingen heel boeiend, of dat nou cultureel is of geografisch. Je ziet de dingen ineens vanaf een afstand en dat relativeert.’ Met een gevoel van herkenning stop ik de opname. We proosten en kletsen na onder het genot van een portje: op de ontmoeting met de ander!

Categorieën: interview