INTERVIEW

Het geheim van Abdelilah

Studeer je aan de UvH, dan ken je Abdelilah Ljamai, want Abdelilah is al sinds 2010 werkzaam op onze universiteit en betrokken bij de bachelor, (pre)master en de Graduate School. Wij kennen hem als universitair docent Islam & Humanisme, maar Abdelilah doet veel meer. Hij werkt als trainer, executive coach en consultant op uiteenlopende gebieden van Japanese speed reading tot deradicalisering. Over dit laatste thema organiseerde hij op 28 november de Inspiratiedag “(De)radicalisering: verleiding en weerbaarheid”.  Eén van de jongens die hij heeft geholpen met deradicaliseren noemde hem die dag een voorbeeldfiguur. Wie is deze voorbeeldige man en wat kunnen we van hem leren? Een dag later ging ik voor het eerst met hem een persoonlijk gesprek aan.

Foto: Django Roberts

Door: Daniëlle Drenth

Vlak voor het interview doe ik wat ik altijd doe: ik google de docent in kwestie om te kijken of ik nog onverwachte dingen vind. Ik vind tal van publicaties en interviews over zijn werk, maar op persoonlijk vlak vind ik geen informatie. Ik ken hem als een altijd netjes geklede, erg kundige docent, maar weet persoonlijk niks over hem. Erg nieuwsgierig fiets ik naar de UvH toe. Eenmaal op zijn kamer parkeer ik de vele vragen die rondspoken in mijn hoofd en begin ik rustig bij het begin: ‘Hoe kijk je terug op de Inspiratiedag van gisteren?’

‘Het was zeer geslaagd. Ik heb heel veel positieve geluiden gehoord. De kracht van gisteren ligt vooral in de samenwerking tussen de UvH en de Kontakt Der Kontinenten (KDK), want ze streven beiden naar een humane, rechtvaardige en duurzame samenleving. Het programma deradicalisering heeft te maken met de menselijke waardigheid, want ook die radicale jongeren blijven mensen en die moeten geholpen worden. Wij kunnen die radicalen niet zien als vijanden van ons. Sommigen van hen en vooral de jongeren van vijftien en zestien jaar zijn ook slachtoffers, want zij hebben nog geen ervaring in het leven en worden snel beïnvloed door extremistische gedachten. Het doel van gisteren was om een bijdrage te leveren aan het vergroten van zowel de mentale als de emotionele weerbaarheid van die jongeren. Ik ben tot de conclusie gekomen dat initiatieven zoals deze kunnen helpen om zaken vanuit een andere invalshoek te bekijken. Dit creëert weer ruimte voor interactie en interculturele dialoog.’

‘Ook radicale jongeren blijven mensen en die moeten geholpen worden.’

Ik beaam het succes van de inspiratiedag. Ook ik ben zeer geboeid en geraakt naar huis gegaan. Toch vertel ik Abdelilah dat ik het jammer vind dat de mensen die je eigenlijk wilt bereiken, de extremisten (van welke kant dan ook), niet naar zo’n dag komen. Hij knikt, maar wijst me erop dat het heel lastig is om hen te bereiken: ‘Die groep is kwetsbaar en meestal geïsoleerd of gemarginaliseerd en wil geen contact hebben met gemeentes of intellectuelen. Maar die mensen zijn te bereiken via hun kanalen; via een geestelijk leider, een jeugdzorg-begeleider, een coach, een wijkagent of via anderen die contacten hebben met hen. Ik heb zelf in het kader van deradicaliseringstrajecten meer dan zeshonderd radicale jongeren over de hele wereld getraind, maar bij de werving wil ik geen rol spelen.’

Ik ben onder de indruk van de vele jongeren die Abdelilah heeft helpen deradicaliseren en vraag hem hoe hij ervoor zorgt dat deze jongeren hem accepteren en naar hem luisteren. Hij valt immers zelf in de niet zo geliefde groep van intellectuelen: ‘Dat is de kunst. De meeste radicale jongeren denken vanuit een bepaalde ideologie, ze geloven dat alleen zij over alle kennis van de islam beschikken en anderen niet. Dus op het moment dat een expert op het gebied van terrorisme of radicalisme iets komt vertellen gaan ze er automatisch vanuit dat hij de bronnen niet goed kent. Ze dagen hem uit. Ze verwijzen naar bronnen ervan uitgaande dat de expert hiervan niet op de hoogte is. Maar ik ken de bronnen van al die ideologieën, omdat dat mijn specialisatie is. Toen ze erachter kwamen dat ik de bronnen kende, ontstond er een gevoel van vertrouwen. Ze konden tijdens de trainingen gemakkelijk hun emoties en frustraties uiten. Ze hebben bijna een half jaar lang over alles vrij kunnen praten. Sommige collega’s hebben mij erop geattendeerd dat waarmee ik bezig was te gevaarlijk zou zijn, omdat er behalve gematigde en kwetsbare jongeren ook mensen van de harde kern in de groep zaten. Mijn doel was om de weerbaarheid van de kwetsbare jongeren, die op zoek waren naar hun identiteit, te vergroten, zodat ze zelf anderen, de harde kern, konden beïnvloeden. En dat is gebeurd! Dat is mijn succesverhaal. Ik heb hierbij diverse technieken gebruikt zoals debattechnieken, critical thinking skills en de zelfconfrontatiemethode. Op een gegeven moment, tijdens het debatteren, zag ik dat de voorheen kwetsbare jongeren heel sterk waren in hun weerbaarheid. Ze probeerden vanuit andere invalshoeken de zaken te bezien. Ze riepen op tot dialoog, ze accepteerden geen extremistische fatwa’s meer en ze vroegen de harde kern om argumentatie. Hier begon een soort van twijfelfase en daar ligt ook de kracht van mijn model.’

Abdelilah legt het model dat hij zelf heeft ontwikkeld, het transformology-model, aan me uit. Ik vraag hem wanneer hij dit model ontwikkeld heeft en hij vertelt me dat hij er na de aanslagen in New York aan is begonnen: ‘Na 9/11 heb ik deelgenomen aan allerlei internationale conferenties en vanaf dat moment begon ik met het bestuderen van een nieuwe wetenschap, de Transformology. Daar bedoel ik mee: transforming knowledge into practice.’ Hij vertelt me dat er binnen de Transformology twee grote denkers zijn die humor en liefde als sleutels tot transformatie zien. Hoewel hij de beide modellen goed vindt, mist hij iets, namelijk het gedrag. In 2006 ontwikkelde hij daarom zijn eigen model: ‘Mensen blijven hier, krijgen kennis, maar kunnen het niet transformeren naar de praktijk, dus ik mis het gedrag. Ik heb dit model gebruikt en heb tot nu toe 262 tools ontwikkeld voor het transformeren van kennis naar de praktijk. Hiermee heb ik executieve directeurs en managers getraind en het heeft resultaten opgeleverd. Zij gebruiken dit model tot op de dag van vandaag. Daarom gebruik ik het nu ook bij deradicalisering. Ik onderwijs dit model om andere trainers gedegen te trainen. Ik ben namelijk tegen programma’s waarbij je binnen twee of drie dagen een certificaat als radicalisme- of terrorisme-expert kunt halen. Deze getrainde groep kan zelfs een gevaar vormen voor de trainees, want ze kunnen kwetsbare jongeren of jongeren die vatbaar zijn voor radicalisering niet echt helpen. Wat dat betreft maak ik me dus zorgen over de strategische aanpak in Nederland. Je hebt wel opleidingen over radicalisering, maar die zijn meer gericht op theorieën. De meeste mensen praten over radicale jongeren, maar niet met die groep. Ik praat met die groep en wil niet over ze praten.’

‘Ik praat met radicale jongeren en wil niet over ze praten.’

Ik vraag hem waar zijn interesse in deradicalisering vandaan komt. ‘Ik was er al mee bezig vóór de aanslagen in New York. Ik heb veel lezingen over radicalisering gegeven in de jaren 90, want ik zag het toen al. In Nederland was er toentertijd geen sprake van een aanslag, maar ik heb het wel gezien in allerlei andere landen zoals Groot-Brittannië, Cuba en in Spanje met de Basken bijvoorbeeld. Ik heb zoveel bestudeerd op dat gebied, maar het was toen nog niet zo bekend. Toentertijd was er in Nederland veel aandacht voor criminaliteit. Ik heb toen verschillende lezingen en workshops gegeven over opvoedingsvaardigheden in Utrecht, in de wijk Kanaleneiland, vooral aan de Marokkaanse gemeenschap die problemen had met crimineel gedrag. Toen al signaleerde ik de consequenties en het gevaar van radicalisering, maar vanaf de aanslag van 9/11 nam ik het thema echt serieus en werd het mijn aandachtsgebied. Ik heb heel veel trainingen gegeven, een eigen model ontwikkeld en ik werk er nog steeds mee. Ik word ook vaak uitgenodigd op internationaal niveau om een speech te verzorgen over mijn ervaringen.’
Ik ben onder de indruk van wat Abdelilah allemaal heeft gedaan en bereikt en vraag hem wat hij eigenlijk heeft gestudeerd. ‘Ik ben begin ’92 vanuit Marokko naar Nederland gekomen. Toen had ik al de Master in Islam Studies gedaan en Psychologie gestudeerd. Toen ik naar Nederland kwam, begon ik in Leiden en daarna in Tilburg met een promotie op het gebied van antropologie der religies, specifiek over de islamitisch-christelijke polemiek in Andalusië tijdens de elfde eeuw. Dus ik heb eigenlijk twee disciplines gedaan: de antropologie der religies en de psychologie. Die combinatie heeft me geholpen om de zaken te bezien vanuit verschillende perspectieven. Daar ligt mijn kracht eigenlijk. Naast mijn onderzoek op het gebied van deradicalisering en mijn onderzoek op het gebied van Transformology, doe ik ook onderzoek naar de relatie tussen islam en humanisme. Verder doe ik nu in Utrecht een onderzoek over de klachten en tevredenheid onder moslimouderen. Daarbij maak ik een vergelijking met wat Derkx, Joachim, Pien en andere collega’s doen op het gebied van goed ouder worden. Ik ben nieuwsgierig of er verschillen zijn en of die te maken hebben met cultuur, religie of een andere achtergrond.’

Terwijl we praten over zijn onderzoek met de moslimouderen in Utrecht, vertelt hij me dat hij de interviews zowel in het Nederlands als in het Arabisch houdt en het onderzoek schrijft in het Engels. Dan zegt hij zijdelings dat hij acht talen spreekt en mijn adem stopt. ‘Ik ga binnenkort ook nog starten met Hebreeuws. Ik heb namelijk veel manuscripten over de polemiek tussen moslims, christenen en joden en er staan zoveel Hebreeuwse begrippen in enkele manuscripten.’ Ik moet er gewoon van lachen, zo onder de indruk ben ik. Ik zeg tegen hem dat hij wel vrij goed talen moet kunnen leren, anders leer je er niet zoveel. Hij reageert beamend: ‘Het is een hobby. Ik kan snel talen leren, omdat ik al bijna vijftien jaar trainer ben op het gebied van Japanese Speed Reading (JSR). Het gaat erom hoe je een boek snel kan lezen volgens de Japanse methodiek, want de Japanse methodiek is verticaal. Een meisje die ik heb getraind kan nu bijna drie boeken per dag lezen, dat kun je niet geloven. Ik lees er nog meer per dag.’ Terwijl Abdelilah een voorbeeld wil geven over het leren van Spaans, vertel ik hem dat ik daar net mee ben begonnen. Hij begint direct Spaans tegen me te praten, iets wat ik nog helemaal niet kan, en deelt zijn liefde voor de Spaanse cultuur met me: ‘Spaans is één van mijn favoriete talen. Alle talen zijn mooi, maar Spaans is romantisch. Ik schrijf ook poëzie in het Spaans. Vroeger speelde ik gitaar en zong ik in het Spaans, maar dat doe ik nu niet meer, daar heb ik geen tijd meer voor. Ik ga wel nog vaak met mijn gezin naar Spanje op vakantie. De kinderen vinden dat ook leuk.’

‘Ik spreek acht talen en ga binnenkort ook nog starten met Hebreeuws.’

Ik denk bij mezelf ‘waar haalt hij de tijd vandaan?’ en vraag hem lachend: ‘Heb je nog wel tijd om te slapen?’ Dan zegt hij intrigerend: ‘Nou, ik zal je het geheimpje vertellen. Het gaat om smart plannen, daar ben ik goed in. Ik geef ook trainingen op het gebied van strategisch plannen. Het gaat erom dat jij je dagelijks leven goed kunt besteden aan je prioriteiten. Ik werk drie dagen op de UvH en twee dagen bij mijn onderneming. In het weekend ben ik met mijn gezin. Als ik geen trainingen heb in het weekend dan ga ik met hen ergens heen; ik geniet van het leven los van alleen maar werken. Ik vind mijn sociale leven heel belangrijk. Je moet ook denken aan je kinderen, je partner, je collega’s, je vrienden. Je moet ook iets doen voor de buurt, voor de mensen.’ Ik vraag hem wat hij doet op een doordeweekse avond. ‘Sporten. Ik sport twee keer in de week om fit te blijven. Ik doe al bijna vijftien jaar tai chi en ik heb ook zelfverdedigingssporten gedaan zoals aikido en karate. Daarnaast hou ik heel veel van zwemmen. En ik slaap lekker, maar ik hoef niet altijd acht uur te slapen, soms slaap ik vijf uur en dat is dan meer dan genoeg voor mij. Daarmee kan ik gewoon goed, geconcentreerd werken. Tai chi helpt me ook om mijn concentratie te verhogen, want het gaat daarbij om een balans bereiken tussen je emoties en je ratio. Dit helpt om helder en kritisch te denken.’

Ik zet even een stapje terug, pak één van de door mij geparkeerde vragen op en vraag hem hoe hij hier in ’92 eigenlijk terecht is gekomen. ‘Ik kwam naar Nederland met een visum voor een maand om oude manuscripten in de Universiteit van Leiden te bestuderen. Ik wilde gewoon deze manuscripten bestuderen en daarna terug naar Marokko, ik was niet van plan om hier te blijven. Op de vijftiende dag was ik in de Universiteit van Leiden druk bezig met heel veel manuscripten. Toen kwam er een hoogleraar aan. Hij keek mij aan en zei tegen mij in het Arabisch: ‘Hallo, wat doe jij hier en wie ben jij?’ Ik beantwoordde hem en hij zei: ‘Ik heb nog nooit iemand gezien die zo actief is met die manuscripten. Kunnen wij straks een afspraak maken?’ We spraken om vijf uur af in zijn kamer. Hij vroeg me: ‘Wat doe je hier in Nederland?’ Ik zei: ‘Ik wil onderzoek verrichten op het gebied van antropologie der religies.’ Hij luisterde aandachtig terwijl ik enthousiast vertelde. Hij zei: ‘Ik heb een voorstel voor jou: als jij een PhD-voorstel kunt schrijven, krijg jij de kans om hier AIO te worden.’ Ik kon het niet geloven en zei: ‘Oké, wat moet ik doen?’ Hij zei: ‘Wil je iets doen over de polemiek in Andalusië vanuit een antropologisch perspectief?’ Na hard werken diende ik mijn voorstel in onder leiding van twee promotoren vanuit de Universiteit van Tilburg en de Universiteit van Leiden; en mijn voorstel werd goedgekeurd!’

Ik vraag hem hoe zijn familie reageerde: ‘Mijn familie was in Marokko en stond achter mijn keuze. Ik ben opgevoed met een open opvoeding waarbij ik zelf beslissingen mocht nemen. Ik heb van mijn ouders geleerd om kritisch na te denken. Eigenlijk heb ik het humanisme meegekregen vanaf mijn kinderjaren. De menselijke waardigheid stond centraal in mijn opvoeding. Dit geldt ook voor kernbegrippen zoals respect, tolerantie, dialoog en het ontvangen en geven van feedback. Al die normen en waarden waar de UvH voor staat, heb ik al meegekregen in mijn opvoeding; ik voel me hier thuis.’ Ik vraag hem of hij in die tijd ook al een partner had en hij zegt van niet: ‘Nee, ik heb mijn partner pas in 1995 in Amsterdam ontmoet. We zijn in ’96 getrouwd. We leven in geluk samen en hebben drie kinderen. Twee zitten op de universiteit, en de jongste zit in vier vwo. Ik ben trots op mijn kinderen. Ze zijn naast de studie ook druk bezig met sporten, allerlei hobby’s, vrienden et cetera.’

‘Het gaat erom dat jij je dagelijks leven goed kunt besteden aan je prioriteiten.’

‘Wat een gelukkig leven heeft deze man,’ denk ik bij mezelf. Alles lijkt hem mee te zitten. Hoewel de tijd al om is, weet ik nog net mijn laatste opgeschreven vraag aan hem te stellen: ‘Hoe zou jij de beeldvorming van de islam willen veranderen en hoe ziet dat beeld er dan uit?’
‘Nou, de beeldvorming van de islam is heel slecht. Nieuw conservatisme is overal in de wereld toegenomen. Ik probeer van beide kanten de zaken beter te begrijpen door in verschillende rollen te kruipen. Ik blijf kritisch over de positie van moslims in Nederland. Aan de andere kant bekritiseer ik ook zelf allerlei thema’s onder de moslimgemeenschap als het blijkt dat ze in strijd zijn met de mensenrechten. Ik denk dat de beste manier is en dat is eigenlijk ook mijn boodschap aan de moslimgemeenschap hier in Nederland: om eerst kritisch na te denken over jezelf. Dat is de eerste stap wat mij betreft. De tweede stap is het bevorderen van dialoog op micro-, meso- en macroniveau. De derde stap is dat de moslims zelf hun verantwoordelijkheid moeten nemen, vooral met betrekking tot het tegengaan van criminaliteit en radicalisering. Dus ik denk ook aan de rol van opvoeding en onderwijs. Waar blijft de rol van de opvoeding door de ouders? Ik denk aan Bildung en extra vakken over mondiaal burgerschap vanaf de basisschool. Dat helpt mensen om met elkaar initiatieven te ontwikkelen en te komen tot allerlei projecten op lokaal niveau.’
We kunnen nog uren doorpraten, maar het is tijd. Hij bedankt me voor het interview met een glimlach op zijn gezicht en ik loop naar buiten met een glimlach van oor tot oor. Deze duizendpoot is een voorbeeld op zoveel vlakken: smart plannen, snellezen, kritisch nadenken, kennis tot praktijk transformeren, noem het maar op. Maar bovenal: wie je ook bent, hij gaat met je in gesprek.

 

Categorieën: interview