INTERVIEW

Bianca reflecteert

Al meer dan een decennium brengt ze studenten in contact met hun diepste zelf, ze houdt hen een spiegel voor, maakt hen bewust van hun waarden en hun frustraties. Wanneer jij aan het begin van de bachelor of premaster je ziel en zaligheid met jouw jaar moet gaan delen is daar gelukkig de open en warme persoonlijkheid van Bianca Lugten om de boel te begeleiden. 

Ze lijkt altijd blij om de studenten weer te zien en haar vak aan hen te geven. Waar komt die passie voor het vak Existentiële en Kennisinhoudelijke Reflectievaardigheden vandaan en hoe hou je het leuk op een werkplek als je er, inclusief de eigen studietijd, al negentien jaar rondloopt? Ik draaide de rollen eens om en ging met Bianca reflecteren.

Foto: Django Roberts

Door: Daniëlle Drenth

Op de dag van het interview ontvangt Bianca me met open armen. Ik kan gaan zitten in de fijne zithoek die ze in haar kamer heeft gemaakt en ze schenkt een lekker kopje thee voor me in. Goed gestemd en ontspannen stel ik haar meteen de vraag die al een tijdje in mijn hoofd rondspookt: ‘Hoe is het om al elf jaar het vak Existentiële en Kennisinhoudelijke Reflectievaardigheden te geven?’ ‘Nou ja, ik sta nog steeds te stralen! Ik heb het vak overgenomen van Ina Brouwer en de eerste paar jaren zocht ik wel naar mijn eigen stijl in dit vak. Daar heb ik wel een jaartje of drie over gedaan. Nou, daar voer ik dan eventjes op en ondertussen kwam ik achter mijn eigen stijl en dan ging ik daar weer aan schaven. Op een gegeven moment is het van mezelf geworden. Nu kijk ik op momenten bijvoorbeeld of de literatuurlijst anders moest, omdat ik ook zie dat de tijdsgeest van studenten verandert. Dus ik check iedere keer alles en ik vraag ook aan studenten van hoe valt deze literatuur, waar zijn jullie mee bezig? Het scheelt dat ik een dochter heb van nu bijna vierentwintig. Dus ik ben heel erg op de hoogte van wat er eigenlijk leeft.’

Ik vraag haar welke existentiële thema’s ze nu zoal tegenkomt en ze begint te vertellen over een voor mij herkenbaar thema: vervreemding. ‘Ik heb het idee dat studenten van nu regelmatig overspoeld worden door allerlei zaken die hun aandacht vragen en dat het op een gegeven moment zoveel is dat ze in een bepaald soort vervreemdende hoedanigheid komen. Door de vele prikkels en keuzes die er zijn wordt het een soort van chaos. De buitenwereld is een chaos, daardoor is ook de binnenwereld een chaos. En ik zie daarin het thema vervreemding en het niet meer existentieel en moreel kunnen navigeren. De vraag is dan ook: van waaruit maak ik mijn keuzes? Die vervreemding van henzelf heeft ook effect op de vervreemding in interactie met de ander, waardoor je ook van de ander vervreemd raakt en niet meer in verbinding kan zijn. Ze hebben dan alleen maar verbinding met de prikkels die om hen heen zijn, maar de innerlijke, existentiële verbinding die raken ze kwijt. Ze kunnen niet meer de zelfregie daarin pakken. Het gaat om jezelf kunnen navigeren en het ontwikkelen van een fundament van eigen-wijsheid. Ik denk dat dat nu aan de hand is, vanwege het globaliseringsvraagstuk. Sociale media spelen daar een rol in. De wereld wordt heel groot en interessant en wat moet je allemaal oppakken? Ik merk het aan mezelf ook. Mijn dochter heeft Instagram op mijn mobiel gezet en dat vind ik leuk, maar dan wil het dus wel een paar keer per dag zien, want steeds wordt er wat leuks gepost. Maar ja, ik heb ook idioot veel mailtjes die binnenkomen en ik heb ook allemaal studenten die hier aan mijn deur kloppen en ik moet ook onderwijs geven. Dus, kun je nagaan, ik heb het ook, maar ik ben er niet mee opgegroeid. Ik kan nog terugvallen op een soort van oud fundament. Maar zij niet, zij hebben helemaal nog geen fundament. Ik denk dat mijn vak daar heel belangrijk in is.’

‘Het gaat om jezelf kunnen navigeren en het ontwikkelen van een fundament van eigen-wijsheid.’

Het belang van haar vak staat meteen als een paal boven water, maar ik wil eerst eens terug naar toen ze zelf jong was. In mijn Google-zoektocht kon ik niks van haar vinden voor het jaar 2000. Dat wil zeggen: voor haar UvH-tijd. Ik vraag haar nieuwsgierig waar ze zich toen mee bezig hield: ‘Voor de UvH had ik op z’n Jan Boerenfluitjes, ik was nogal lui, de HBO-IW gedaan. Dat is nu de SPH. Ik wilde eigenlijk reizen, ik wilde helemaal niet zo hard studeren, maar ik dacht ik kan natuurlijk ook niet helemáál niet studeren. Na de HBO-IW ben ik toen vier jaar gaan reizen. Iedere keer een jaar en dan in de tussentijd even een jaar werken en dan weer weg. Daarna was mijn laatste project Hotel New York in Rotterdam. Daar was ik aandeelhouder en zat ik hoog in het management. Maar na drie jaar kreeg ik heimwee naar iets wat toch meer diepgang gaf. Toen ben ik in de verstandelijk gehandicaptenzorg terecht gekomen. Ik ben begonnen op MBO-niveau en binnen drie maanden had ik die HBO-functie. Ik vond het wel mooi om gewoon die houding te hebben van ja, ik ga niet gelijk naar een hoge functie. Ik ben er al heel lang uit, ik ga gewoon beginnen met een MBO-functie. Dat was groepsleider. Echt leuk, daar heb ik wel van genoten! Maar goed, na drie maanden ga je toch opvallen zullen we maar zeggen. Toen heb ik een kind gekregen en ben ik getrouwd en inmiddels ook weer gescheiden. Ik heb altijd wel in de zorg gewerkt en onderwijs-gerelateerde dingen gedaan, want in die organisatie waar ik werkte en waar ik ook op een gegeven moment een leidinggevende functie kreeg, heb ik ook het stukje scholing van de organisatie gedaan. Scholing en professionalisering van personeel. Ik voelde wel, ik had wel iets met het onderwijs. Dat heb ik altijd gehad.’

‘Ik wilde eigenlijk reizen, ik wilde helemaal niet zo hard studeren.’

Het wordt me duidelijk dat Bianca van alle markten thuis is. Management, zorg, onderwijs, het heeft allemaal de revue gepasseerd. Ik vraag haar hoe ze uiteindelijk bij de relatief onbekende UvH terecht kwam: “Ik las destijds de Volkskrant en op een gegeven moment zag ik een advertentie en nou, een soort klaarheid kreeg ik! Er stond: ‘De mooiste studie is de mens.’ Toen dacht ik: ‘Wat is dit joh?!’ Ik vond het zo mooi die slogan! Ik zat al te twijfelen of ik misschien wat anders zou willen doen, want ik zat een beetje aan de bovenkant van mijn vermogen in die organisatie waar ik werkte. Dus ik had al zoiets van ik wil wel een opleiding of zo iets doen. Ze hadden ook open dagen en proefcolleges. Ik dacht, ik ga daar heen, kan mij het schelen, maar het kan natuurlijk nooit iets worden. Ik was destijds alleenstaande moeder, ik had een eigen hypotheek, een auto, ja, je kan niet alles. Maar goed, ik dacht ik ga gewoon kijken. En ik weet nog, ik kreeg college van Joep Dohmen, nou… ik was helemaal betoverd! Ik dacht: ‘Dit is het! Ik val helemaal samen met wat hier verteld wordt.’ Daarna kwam Harry Kunneman, nou, toen werd ik nog wilder. Toen dacht ik: ‘Ik moet hier heen, maar hoe ga ik dat doen met een fulltime baan als alleenstaande moeder?’ Nou, dat kon natuurlijk niet, maar er waren steeds van die open dagen en symposiums en daar ben ik een jaartje steeds heen geweest om mezelf te voeden. Hoe meer ik hier was, hoe meer ik dacht: ‘Ik hoor hier gewoon thuis, maar ja, laat ik hier maar gewoon tevreden mee zijn.’ Toen kwam ik mijn huidige man, waar ik alweer twintig jaar mee samen ben, tegen. Op een gegeven moment waren we een jaar samen en toen vroeg hij mij: ‘Wat zou je eigenlijk nog willen doen in je leven?’ Toen zei ik: ‘Ik zou nog graag één ding willen in mijn leven en dat is studeren aan de Universiteit voor Humanistiek. Maar ja, hoe doe ik dat met een baan?’ In die tijd had hij een goed lopende zaak en na een paar weken zei hij: ‘Heb je je al ingeschreven?’ Ik vond het wel heel eng allemaal, maar hij vond het geen probleem. Hij zei: ‘Dan ga je toch een paar jaren studeren. Daarna ga je wel weer werken.’ Er tolde van alles door mijn hoofd, want ik moest dan met hem gaan samenwonen, want ik had een koophuis en die zou ik dan moeten verkopen. Dat vond ik wel heel erg eng. En dan werd ik ook nog financieel afhankelijk, want het geld ging allemaal naar de studie. Ik kreeg het hondsbenauwd, maar ik dacht: ‘Ja, ik wil wel die studie doen!’ Toen ben ik echt gekanteld naar die studie en die liefde klopte ook. Zodoende ben ik met die leuke man gaan samenwonen en ben ik van de overwaarde van het huis gaan studeren. En het leuke is, hij is nu met pensioen en nu kan ik voor hem zorgen. Dus hij heeft eigenlijk een soort van in mij geïnvesteerd!”

Ze vertelt me gepassioneerd dat ze destijds had gekozen om de hele opleiding te doen en geen verkort traject, omdat ze graag alle vakken wilde volgen: “Ik ging echt voor die stof en voor die doordenking en die doorleving. Ik wilde me daarmee voeden. Dus ik ben gewoon voor die zes jaar gegaan. In het begin dacht ik nog: ‘Nou, niet zo overdrijven gelijk, we doen eerst alleen de propedeuse.’ Ik was ook onzeker en vroeg me af of ik nog wel op academisch niveau kon studeren. Ik was ook al tegen de veertig. Toen dacht ik, weet je wat, om mezelf niet zo hoog op te drijven: ‘Ik ga sowieso de propedeuse doen en daarna ga ik dan wel weer werken als het niet gaat of wat dan ook.’ Nou, glansrijk door die propedeuse heen! Niks aan de hand. Ik was zo dorstig en hongerig, omdat ik zo opgedroogd was in mijn werk. Het is het beste wat me is overkomen. Ja, naast een kind krijgen en een mooie relatie hebben natuurlijk, maar dit hoort in de top drie.”

‘Ik maak ruimte voor mijn eigen, existentiële vragen door met studenten mee te reflecteren.’

Ik wijs Bianca op het tweejarige gat tussen haar afstuderen op de UvH en haar aanstelling als docent en vraag haar wat ze in die tussentijd heeft gedaan: ‘Ik heb tijdens mijn studie stage gelopen bij een consultancybureau. Ik ben afgestudeerd op Geestelijke Begeleiding (GB) en Kritische Organisatie en Interventie Studies (KOIS). Dat consultancybureau deed organisatie-opdrachten en -vraagstukken vanuit de complexiteit- en chaostheorie en ik ben afgestudeerd op die complexiteitstheorie. Toen ik afgestudeerd was, werd ik nog regelmatig gevraagd voor workshops en trainingen. Op een gegeven moment was ik daar na driekwart jaar ook al helemaal klaar mee eigenlijk, maar het aardige was dat ik toen Dieuwertje Bakker tegenkwam. Zij gaf normatieve professionalisering op de UvH en had een afgestudeerde en betaalde assistent nodig die ook bepaalde colleges moest overnemen. Ik was zo blij als een kind! Ik stond ineens hier college te geven over normatieve professionalisering, helemaal op mijn lijf geschreven! Een tijdje erna werd Zingeving en Professie opgericht, Harry Kunneman heeft me daarin betrokken en ik ben toen opdrachten gaan doen vanuit Zingeving en Professie. Dat waren iedere keer maar kleine opdrachten, dus ik had niks vasts. Voor die tijd was dat oké, maar ik begon wel een beetje onrustig te worden. Op een gegeven moment zag ik een vacature voorbij komen van Existentiële en Kennisinhoudelijke Reflectievaardigheden en ik zit naast mijn man en ik zie die vacature en mijn hart begint als een gek te bonken. Ik kijk ernaar en ik denk: ‘Potverdikkie, die wordt van mij! Ik weet niet hoe, maar daar ga ik driedubbel dwars doorheen gewoon!’ Ik voelde zo’n idiote existentiële kracht, dat kan ik niet beschrijven. Ik stuiterde gewoon. Toen ben ik een brief gaan schrijven. Ik dacht: ‘Dit wordt een brief die moet reflectief zo gelaagd zijn! Waar de honden geen brood van lusten!’ Ik was na een paar keer bijstellen helemaal tevreden over die brief, ik stuurde hem op en ja hoor, ik zat erbij. Toen ik na twee rondes het verlossende telefoontje kreeg zat ik in een huisje in de Achterhoek. Ik weet het nog goed, ik heb in de tuin staan dansen en op tafel gestaan: schreeuwen! Ik wist: dit is het. Nou ja, elf jaar later zit ik er nog steeds. Ik had wel na acht jaar dat ik dacht ja, het is nu of nooit, moet ik eens een keer een switch maken? Toen heb ik nog wel gesolliciteerd als GB’er in het Sint Fransiscus Ziekenhuis, want ik wilde wel eens de binnenkant van het vak beleven. Ik ben heel veel met de buitenkant van het vak bezig, omdat ik studenten aan het opleiden ben, maar nooit met de binnenkant zelf. Ik wilde zelf wel eens met het vak bezig en er was ook een organisatievraagstuk bij betrokken, dus het leek me helemaal de perfecte baan. Ik had er eigenlijk wel zin in en ging naar dat gesprek en toen ik er vandaan kwam, had ik knallende hoofdpijn en ik dacht: ‘Nee.’ Toen kwam ik hier op de UvH en zag ik al die studenten en ik dacht: ‘Nee! Dit is mijn bestemming! Wat heb ik gedaan?’ Ik kon de studenten en mijn collega’s allemaal wel zoenen. Toen dacht ik: ‘Oké, nu is het klaar met denken moet ik niet eens wat anders? Hoezo moet ik wat anders?’ Ik val gewoon nog steeds samen met de stof die ik geef, na elf jaar. Daarnaast gaat het mij ook om de intermenselijke contacten die ik met studenten heb en het gaat mij om die existentiële en morele leerprocessen die voor mijn ogen verschijnen en waar ik vanuit de inhoud iets mee moet. Dat is zo bijzonder, dat is zo iedere keer anders. Mensen gaan hier ook allerlei transformaties door en als ik ze dan weer bij de stages tegenkom dan zijn ze weer anders. Dat voedt mij nog zodanig dat ik denk ja, ik ga mijn pensioen halen. Ik heb echt het streven dat ik hier net zo enthousiast als een zingevende motor wegga als dat ik hier binnen ben gekomen. Maar daarin moet ik wel maatregelen nemen. Ik moet iets trager leven de laatste tijd merk ik. Organisatie-opdrachten doe ik niet meer. Ik geef ook steeds meer taken waar ik vroeger veel controle over wilde hebben aan mijn assistenten. Ik neem meer de tijd voor dingen.”

Vol bewondering luister ik naar een vrouw die elf jaar geleden haar plek heeft gevonden. Mijn romantische geloof dat je het aan alles voelt als iets, op welk gebied dan ook, goed zit, wordt bevestigd. Ik weet dat het vak Existentiële en Kennisinhoudelijke Reflectievaardigheden voor haar enorm belangrijk is, maar vraag haar waarom ze denkt dat het voor iedere humanisticus, ook een niet GB-er, van belang is: ‘Het gaat om een bepaalde soort sensitiviteit qua mensbeeld, qua levensbeschouwing. Het gaat om de attitude die je hebt tijdens bepaalde vormen van gespreksvaardigheden en tijdens luisteren. Een attitude van reflecteren in jezelf, je eigen normen en waarden waarvan je je bewust bent. Zodat je, wie je ook voor je hebt of welke groepering je ook onderzoekt, altijd weet wat het verschil is tussen jezelf en de ander. Zodat je altijd zo helder mogelijk die ander in het vizier hebt. Doordat je jezelf kent voorkom je projecteren, voorkom je overdreven subjectieve vooronderstellingen en interpretaties. Maar, wat je ook doet, het is allemaal normatief waarde-geladen. Humanistiek is gewoon een praktijk-betrokken, normatief-geladen menswetenschap. Daarom is het belangrijk dat mijn vak direct vanaf het begin onderwezen wordt, gelijk de studenten proberen in die reflectieve stand te zetten en dan kan het zich daarna binnen andere vakken uitkristalliseren. Het liefst heb ik ze ook nog in de master, want dan kun je veel verder met die persoonlijke bestaansethiek naar samenlevingscontexten of organisatiecontexten kijken.’

Instemmend knik ik. De tijd is voorbij gevlogen en ik schakel daarom snel over naar de laatste vraag. Het is een type vraag die ik me vaker afvraag bij mensen die in hun werk de hele dag met de ander bezig zijn: ‘Hoe maak je ruimte voor je eigen levensvragen wanneer je de hele dag bezig bent met die van anderen?’ Bianca begint meteen te lachen: “Ja, dat is een leuke zeg! Altijd als ik een reflectie-practicum begin en iedereen begint met het maken van een trage vraag dan zeg ik als voorbeeld: ‘Oké, ik ga ook weer kijken naar mijn trage vraag.’ Altijd weer, ieder jaar doe ik mee. Mijn trage vraag is nu: “Hoe kan ik trager leven en werken?’ Dus ik maak ruimte voor mijn eigen, existentiële vragen door met studenten mee te reflecteren, maar dan op mijn eigen niveau natuurlijk. Ik maak ook altijd ruimte voor een voorbeeldgesprek. Dan laat ik bijvoorbeeld een student-assistent mij interviewen met behulp van een hermeneutische, fenomenologische kunstreflectie. De laatste keer kwamen daar weer zulke mooie dingen uit met betrekking tot mijn trage vraag. Thuis bouw ik momenten in voor meditaties. Ik luister kundalini yoga mantra’s en ik ben ook kundalini yoga docent. Mijn gedachtestroom gaat zo snel, dan moet ik soms echt even weer vertragen. Ik moet iedere dag zeker wel elf tot eenendertig minuten mediteren. Ik heb natuurlijk ook gesprekken met mijn man als er iets is, maar het is wel moeilijk om met anderen op existentieel niveau reflecteren. Je bent er zo in geoefend dat het moeilijk is om daar een andere gesprekspartner in te vinden op een bepaald soort niveau. Ik vind dat wel vaak in alumni, dat is heel leuk. Die willen dan iets met mij overleggen en dan kom ik wel aan bod. Dan vragen ze door en merk ik dat ik bij hen terecht kan. Zij zitten op een goed niveau om mij ook de goede vragen te stellen. Of ik zoek een collega op.”

Met een glimlach zet ik de opname op stop. Bianca vraagt me of ik wat aan het interview heb en ik knik verbaasd. Ik heb net niet alleen een heel mooi en open gesprek gehad met een docent, maar ze heeft ook met mij en daarmee nu met jullie één van de meest waardevolle lessen gedeeld: sta af en toe eens stil, vind je eigen-wijsheid en maak van daaruit je waarde-gedreven keuzes. Dan is er voor iedereen ergens een plek om mee samen te vallen.

Categorieën: interview