STEDEN BOUWEN 

Een ode aan hen die vertrokken

Door: Fenna van Dijk

Na mij een jaar door de studie criminologie te hebben gesleept, die mij geenszins interesseerde, besloot ik het roer om te gooien. Ik schreef me uit, brak een relatie af die er nooit officieel was geweest en boekte een ticket naar Nepal. Het plan was 3 maanden rond te reizen, uiteindelijk ben ik 7 maanden weggeweest. Gedurende deze maanden heb ik de fijnste mensen ontmoet. Dankbaar ben ik hen te hebben gekend. Dankbaar verstrengeld te zijn geraakt in elkander.

Je handen tasten zachtjes door mijn haar en landen op mijn gezicht. Je drukt de palmen stevig tegen mijn wangen, alsof je bang bent dat ik plots zal verdwijnen, en zegt dat je mij niet zal vergeten. Ik sta in je geheugen gekerfd. Ik bedank je voor alles dat we hebben mogen delen en druk je dichter tegen me aan.

In mijn hoofd blijft de kortstondige aard van iedere vorm van intimiteit op deze reis hangen. Ik moet mezelf eraan herinneren dat het niet zal blijven. Ontmoetingen vinden plaats en kunnen op allerlei wijze aflopen. Sommige mensen laten een indruk achter. Ze raken me, grijpen mijn aandacht en laten moeilijk los.

Hun woorden veranderen in herinneringen, want afscheid nemen is de rode draad. De wegen die splitsen. Je kijkt elkaar aan, beseffend dat het wederzien een onrealistische aanname is. Er volgt een laatste woord. Een laatste knuffel. Een laatste keer vrijen. Het laatste contact, huid op huid. De wereld verdwijnt voor even, tot de realiteit mij terugtrekt. Mijn agenda herinnert me eraan dat het volgende vliegtuig op me staat te wachten.

De mensen om me heen zijn bepalend voor de ervaring. Hoe ik het label en zal onthouden. De mooiste, beste plek op de wereld zal niets betekenen indien je verloren bent in de eenzaamheid. De remedie is de connectie.

Ik pak jouw handen van mijn wangen, ze komen samen op mijn borstkas. In mijn hoofd speelt de afgelopen tijd zich af. Al wat we hebben meegemaakt. Denken aan wat nog komen gaat stel ik nog even uit; het is niet nodig. Het moment wat telt is dat waarin ik me bevind. Ik weet niet wat nu gaat gebeuren. Mijn plannen staan los en zo ook mijn wereld. Ik ben de enige die de richting bepaalt – en die zal zelden samenvallen met de richting van de ander.

De handen die verstrengeld lagen op mijn borst laat ik wegglijden. Mijn blik dwaalt af. Ik kruip langzaam uit de warme cocon die we hadden gecreëerd in dit bed. Ik denk aan duizend woorden die ik zou kunnen spreken, maar ze lijken nu overbodig. Ik zoen je met overgave, pak mijn spullen en loop weg. Buiten wacht de taxi. Op naar het volgende avontuur.

Categorieën: column