NINA’S NOTIES 

Reality check

Het is maandagochtend en ik word wakker in een andere stad, in een ander land. Over de campus, met de eerste zonnestralen op mijn bol, wandel ik naar mijn les. Mijn eerste college in Brussel doet verwonderen. De eerste woorden die de ‘prof’ uitspreekt brengen mijn herinnering het voorjaar in. De secuur gekozen woorden laten me wegdromen en sussen me in rust. Als ik hier spreek, voel ik me soms als een olifant. Zijn grote stappen laten de met woorden gecreëerde schoonheid uit elkaar spatten. En teniet doen, alsof het er eigenlijk nooit was.

‘Huidhonger’, wat een schitterend begrip. Om in te lijsten, een strik om te doen en veilig op te bergen op een plek waar het daglicht niet kan geraken. Het had bedacht kunnen zijn door een van de Vlamingen om mij heen, die met schone woorden hun zinnen construeren. Zorgvuldig lijkt ieder woord te worden bedacht en geselecteerd voor het in de wereld wordt geplaatst. En ze zijn raak, stuk voor stuk.

Door: Nina Spa

Het valt me op dat we dikwijls woorden kiezen, die een tastbaarheid aanduiden. Gegrepen, geraakt, getroffen. In onze taal verwijzen we bij het omschrijven van de dingen die het meest van invloed op ons zijn, naar ons lichaam, meer specifiek, naar onze huid. Huidhonger is een verlangen naar aanraking én beleving, en daarmee een bevestiging van ons bestaan. Een behoefte om in de wereld te zijn. De behoefte die wij, als mens, intrinsiek lijken te hebben.  

Onze tijd kenmerkt zich door een beweging van materieel naar immaterieel. Een trend van analoog naar digitaal. Terwijl we anderzijds een blijvend verlangen ervaren naar die tastbaarheid. We kennen een honger naar non-verbale aanwijzingen die ons zeggen dat we er toe doen. Een aanraking, een aai over onze bol, een kus, een streel, als bevestiging van onze kwetsbaarheid. Als bevestiging van ons bestaan in de werkelijkheid.

Ik zou veel kunnen schrijven over hoe in de kunst de huid en onze lijfelijkheid niet vergeten wordt. Hoe de menselijke huid in alle geuren en kleuren getoond werd én wordt. Soms rauw en eerlijk, als een dierlijk pels om een lijf van vlees. Soms schoon en zuiver, als een gepolijste bekleding.

‘We kennen een honger naar non-verbale aanwijzingen van dat we er toe doen.’

Huidhonger komt in de kunst ook op een andere wijze terug. Het ervaren van kunst is een manier om te luisteren naar ons verlangen uit het hoofd te gaan. Weg van het scherm, weg van woorden; juist de wereld in. Huidhonger is een honger naar beleven. Kippenvel krijgen, iets vastpakken, verwondering ervaren en een spanning in je lichaam voelen ontstaan. Kunst kan dát teweegbrengen.

De tentoonstelling van de Belgische Ann Veronica Janssen in museum de Pont is hiervan een schoolvoorbeeld. Ze daagt je uit. De kunstenares bevraagt mijn openheid, lef en durf. Drie ongrijpbare elementen, kleur, ruimte en licht, vormen de basis van haar ‘beelden’ waarmee ze het onzichtbare zichtbaar maakt.

‘Huidhonger is een honger naar beleven.’

Het meest opvallende werk is een grote kubus, getiteld ‘Blue, purple and orange’, te midden van de tentoonstellingsruimte. Als schoolkinderen staan we in de rij, twee aan twee. We krijgen instructies en wachten tot we de toestemming hebben de ruimte te betreden. Wat ons te wachten stond, dat wisten we niet. Ik voel een onbestemd gevoel en een lichte aarzeling. Wil ik dit wel? Anderzijds daagt het me uit: mijn honger naar de ervaring groeide.

We stappen voorzichtig de ruimte in. Onzeker en licht gespannen. De ruimte is gevuld met gekleurde mist en we zien geen hand voor ogen. Letterlijk. Elk referentiekader is me ontnomen. De mist komt als een deken over ons heen. We dwalen in de ruimte. De totale desoriëntatie maakt me open. Langzaam begin ik me zekerder te voelen op deze onbestemde plek. Het oneindig lijkende ‘niets’ geeft een rust. De kunstenaar stelt me de vraag om zekerheden los te laten en moed te hebben de onbestemdheid in te stappen. Janssen creëert op deze manier een interactie tussen kunstenaar en toeschouwer. Sprakeloos sta ik weer buiten.

Verderop in de tentoonstelling hangt een grote groene ster aan de wand. Althans, dat doet de kunstenares ons geloven. Eigenlijk hangt er niets meer dan een aantal lampen, die met behulp van een mistkanon iets tot leven brengen. Ze wekt de suggestie van de vorm, maar in werkelijkheid is er niets en haal ik mijn handen als een kind door de stralen van licht. Dit spel tussen licht en ruimte is kunstenaars niet vreemd. Bekend zijn de oude meesters die onderzoek deden naar de werking van licht op voorwerpen en in ruimtes. Meesters als Caravaggio en Rembrandt speelden met de elementen op het doek. Ook hedendaagse kunstenaars als Anish Kapoor spelen met het fenomeen licht in relatie tot de omgeving en is ook te zien in de Pont.

Ook mijn eerste museumbezoek in Brussel, de stad waar ik nu leef, liet zien hoe een museum mijn huidhonger kortstondig kon stillen. Geheel willekeurig koos ik het MIMA uit. Het Millennium Iconoclast Museum of Art wijdt zich volledig aan hedendaagse, liefst gloednieuwe en actuele kunst. De tentoonstelling ‘Dreambox’ bracht me in een magische wereld waarin ik me kon laten leiden door verbeelding. Het werkte vervreemdend. Waar was ik terecht gekomen?

‘Kippenvel krijgen, verwondering ervaren en een spanning in je lichaam voelen ontstaan. Kunst kan dát teweegbrengen.’

De eerste ruimte, ‘box’, deed denken aan een soort flipperkast waarin ik mij een klein speelballetje voelde. De kunstenaar Enzo Durt brengt de bezoeker uit evenwicht en speelt met de wetten van de optica. Je raakt je oriëntatie kwijt in deze flitsende ruimte. Het deed me denken aan een caleidoscoop, waar glinsterende vlakken zilver en kleur je doen duizelen.

Ook de andere boxen in deze tentoonstelling verwonderden mij. De kleurrijke 3D-decors wekken de suggesties van de kunstenaar tot leven. Op een creatieve manier wordt in iedere ruimte mijn beleving van de werkelijkheid op de proef gesteld en word ik uitgedaagd op een speelse manier stil te staan bij mijn beeld van de wereld. Zijn de dingen zoals ze zijn? Of kunnen ze misschien ook anders zijn?

Beide tentoonstellingen prikkelden en zetten me aan het denken: Wat zien en ervaren we nu eigenlijk écht? De kunstenaars deden een beroep op mijn zintuigen en bevroegen mijn aannames en gewoontes. Door te ervaren stond ik stil bij het feit dat dingen mogelijk ook anders kunnen zijn, dan ik onbewust eerst dacht.

Misschien kunnen we met een meer open blik de wereld in kijken en meer stilstaan bij het feit dat dingen mogelijk anders kunnen zijn. We kunnen onze huidhonger meer gehoor geven door wat meer te spelen, te verwonderen en te durven ervaren. In het spel van ervaring worden vooronderstellingen op de proef gesteld. Een museumbezoek kan dat brengen.

.

Categorieën: column